Terug
Gepubliceerd op 23/03/2023

2023_PR_00038 - Erediensten - Erkenningen - Erkenningsaanvraag Islamitische geloofsgemeenschap Ensar te Oudenaarde - Verkorte procedure - Ongunstig advies verlenen

Provincieraad
wo 22/03/2023 - 14:00 Raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Phaedra Van Keymolen, Voorzitter; Christian Bauwens; Bart Blommaert; Anna Maria Charlier; Carola De Brandt; Philippe De Coninck; Vera De Merlier; Hilde De Sutter; Greet De Troyer; Elisabet Dooms; Leentje Grillaert; Olaf Evrard; Riet Gillis; Erwin Goethals; Steve Herman; Henk Heyerick; Filip Liebaut; Hans Mestdagh; Kurt Moens; Walter Roggeman; Koen Roman; Eric Scheire; Kenneth Taylor; Lena Van Boven; Marleen Van De Populiere; Stefaan Van Gucht; Filip Van Laecke; Martine Verhoeve; Bart Vermaercke; An Vervliet; Joop Verzele; Kristof Windels; Steven Ghysens, Provinciegriffier

Afwezig

Hilde Bruggeman

Verontschuldigd

Karlijn Deene; Peter Hertog; Bruno Matthys

Secretaris

Steven Ghysens, Provinciegriffier

Voorzitter

Phaedra Van Keymolen, Voorzitter

Stemming op het agendapunt

2023_PR_00038 - Erediensten - Erkenningen - Erkenningsaanvraag Islamitische geloofsgemeenschap Ensar te Oudenaarde - Verkorte procedure - Ongunstig advies verlenen

Aanwezig

Phaedra Van Keymolen, Christian Bauwens, Bart Blommaert, Anna Maria Charlier, Carola De Brandt, Philippe De Coninck, Vera De Merlier, Hilde De Sutter, Greet De Troyer, Elisabet Dooms, Leentje Grillaert, Olaf Evrard, Riet Gillis, Erwin Goethals, Steve Herman, Henk Heyerick, Filip Liebaut, Hans Mestdagh, Kurt Moens, Walter Roggeman, Koen Roman, Eric Scheire, Kenneth Taylor, Lena Van Boven, Marleen Van De Populiere, Stefaan Van Gucht, Filip Van Laecke, Martine Verhoeve, Bart Vermaercke, An Vervliet, Joop Verzele, Kristof Windels, Steven Ghysens
Stemmen voor 31
Christian Bauwens, An Vervliet, Anna Maria Charlier, Bart Blommaert, Bart Vermaercke, Carola De Brandt, Elisabet Dooms, Eric Scheire, Filip Liebaut, Filip Van Laecke, Hans Mestdagh, Henk Heyerick, Hilde De Sutter, Joop Verzele, Kenneth Taylor, Koen Roman, Kristof Windels, Kurt Moens, Leentje Grillaert, Lena Van Boven, Marleen Van De Populiere, Martine Verhoeve, Olaf Evrard, Philippe De Coninck, Riet Gillis, Stefaan Van Gucht, Steve Herman, Vera De Merlier, Walter Roggeman, Erwin Goethals, Phaedra Van Keymolen
Stemmen tegen 0
Onthoudingen 1
Greet De Troyer
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2023_PR_00038 - Erediensten - Erkenningen - Erkenningsaanvraag Islamitische geloofsgemeenschap Ensar te Oudenaarde - Verkorte procedure - Ongunstig advies verlenen 2023_PR_00038 - Erediensten - Erkenningen - Erkenningsaanvraag Islamitische geloofsgemeenschap Ensar te Oudenaarde - Verkorte procedure - Ongunstig advies verlenen

Motivering

Motivering

Met brief van 25 november 2022 vraagt het Agentschap Binnenlands Bestuur namens de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen aan de Provincie Oost-Vlaanderen om een advies te bezorgen over de erkenningsaanvraag van de Islamitische geloofsgemeenschap Ensar te Oudenaarde.

Deze brief werd samen met het geactualiseerd dossier op 28 november 2022 ontvangen, wat tot gevolg heeft dat de adviestermijn van 4 maanden verstrijkt op 27 maart 2023.

Dit geactualiseerd dossier moet de Provincie toelaten om de erkenningscriteria, vermeld in artikel 7, 1° tot en met 9° van het Erkenningsdecreet, geïnformeerd te beoordelen. 

Nu artikel 7 van het Erkenningsdecreet bepaalt dat “Een lokale geloofsgemeenschap kan worden erkend als ze voldoet aan al de volgende criteria” (eigen onderlijning) betekent dit concreet dat, zodra aan één van de criteria niet is voldaan, de lokale geloofsgemeenschap niet kan worden erkend.

Om te beoordelen of aan al de erkenningscriteria is voldaan, worden deze hierna dan ook één voor één besproken:

1° ze heeft een juridische structuur die aangepast is aan het aangevraagde openbaar statuut en waarover er transparantie is

De lokale geloofsgemeenschap Ensar beschikt over een juridische structuur in de vorm van een vzw. Dit is een correcte juridische structuur, waarvan de statuten in het geactualiseerd dossier zijn toegevoegd. 

Op basis van de beschikbare gegevens wordt voldaan aan dit criterium.

2° ze is financieel leefbaar en biedt transparantie daarover

Eens een lokale geloofsgemeenschap is erkend, gebeurt het financieel beheer van het bestuur van de eredienst volgens de daartoe vastgelegde regelgeving. Om na te gaan of de lokale geloofsgemeenschap voldoende voorbereid is, moet de lokale geloofsgemeenschap voldoende transparant zijn over haar financiële toestand en dient het aanvraagdossier, op straffe van onontvankelijkheid (art. 67 §2 Erkenningsdecreet), onder meer de volgende financiële documenten te bevatten die de financiële leefbaarheid aantonen:

  • de laatste jaarrekening voor het geheel van de activiteiten van de lokale geloofsgemeenschap, aangevuld met een jaarrekening voor dat gedeelte van haar activiteiten dat betrekking heeft op de materiële aspecten van de eredienst, opgemaakt conform de modellen die gelden voor de besturen van de eredienst (art. 67 §2 9°)
  • een ontwerp van meerjarenplan voor de komende zes jaar, waarin een inschatting wordt gegeven van de ontvangsten en uitgaven van het op te richten bestuur van de eredienst na de erkenning, opgemaakt conform de modellen die gelden voor de besturen van de eredienst (art. 67 §2 11°)

Het geactualiseerd dossier bevat de laatste jaarrekening, nl. de jaarrekening 2021 en dit zowel voor het geheel van de activiteiten als voor dat gedeelte van haar activiteiten dat betrekking heeft op de materiële aspecten van de eredienst. Tevens is een ontwerp van meerjarenplan toegevoegd.

Op basis van het onderzoek van de financiële documenten wordt volgende vastgesteld:


JR 2021JR 2021 MJP 2023MJP 2028

geheel
 activiteiten
 enkel
 eredienst


Ontvangsten€ 16.123,86€ 14.993,86€ 3.000€ 3.000





Uitgaven€ 11.028,05€ 11.028,05€ 40.460€ 44.210





overschot / tekort€ 5.095,81€ 3.965,81 (*)€ -37.460
€ -41.210

(*) in de JR staat 11.897,43 EUR, maar het is niet duidelijk vanwaar dit bedrag komt


1) Uit de jaarrekening 2021 voor het geheel van de activiteiten blijkt: 

  • een totaal aan ontvangsten: 16.123,86 EUR (lidgelden, sponsoring, subsidies en andere ontvangsten)
  • een totaal aan uitgaven: 11.028,05 EUR (diensten en diverse goederen en andere uitgaven)
  • waardoor het overschot van het boekjaar uitkomt op 5.095,81 EUR

2) Uit de jaarrekening 2021 voor dat gedeelte van de activiteiten dat betrekking heeft op de materiële aspecten van de eredienst blijkt:

  • ontvangsten van vieringen: 8.535 EUR
  • ontvangsten uit creditnota's: 1.603,99 EUR
  • andere ontvangsten: 4.854,87 EUR
  • uitgaven voor het gebouw van de eredienst: 4.141,07 EUR (rubriek 21)
  • uitgaven voor het bestuur van de eredienst: 6.886,98 EUR (rubriek 22)
  • waardoor het overschot m.b.t. de eredienst uitkomt op 3.965,81 EUR (in de jaarrekening staat 11.897,43 EUR, maar het is niet duidelijk vanwaar dit bedrag komt)

3) Uit een verdere analyse van de jaarrekening 2021 blijkt dat:

  • alle uitgaven integraal worden opgenomen in de jaarrekening voor dat gedeelte van de activiteiten dat betrekking heeft op de materiële aspecten van de eredienst, wat zou betekenen dat er in 2021 geen uitgaven voor socio-culturele activiteiten geweest zijn
  • verder wordt vastgesteld dat er in 2021 enkel uitgaven geweest zijn voor het gebouw van de eredienst (rubriek 21) en het bestuur van de eredienst (rubriek 22), maar niet voor de eredienst zelf (rubriek 20)
  • verder wordt geen enkele toelichting gegeven bij de cijfers die dit enigszins verantwoordt, zodoende dat het getrouw beeld van de jaarrekening 2021 in vraag wordt gesteld

4) Uit de financiële nota van het ontwerp van meerjarenplan blijkt dat:

  • de ontvangsten aanzienlijk lager worden geraamd: 3.000 EUR in 2023 (idem de jaren nadien)
  • de uitgaven aanzienlijk worden verhoogd: 40.460 EUR in 2023 (44.210 EUR in 2028)
  • waardoor het te financieren tekort, en dus ook de provinciale exploitatietoelage, aanzienlijk hoger uitkomt: 37.460 EUR in 2023 (41.210 EUR in 2028)

5) Uit de strategische nota van het ontwerp van meerjarenplan blijkt dat:

  • de ontvangsten enkel bestaan uit collecten bij bijzondere vieringen
  • de cijfers eerder algemeen worden toegelicht, zonder enige duiding hoe men tot bepaalde bedragen gekomen is 
  • de toelichting onvoldoende is om na te gaan in hoeverre het ontwerp van financiële nota een getrouw beeld weergeeft van de gebudgetteerde ontvangsten en uitgaven

De reden dat aan de lokale geloofsgemeenschap wordt gevraagd om de laatste jaarrekening voor het 'geheel' van de activiteiten aan te vullen met een jaarrekening voor dat 'gedeelte' van haar activiteiten dat betrekking heeft op de materiële aspecten van de eredienst, is net omdat op basis daarvan een projectie gemaakt moet worden voor de toekomst, zodat de gevraagde tussenkomsten realistisch kunnen worden ingeschat. 

Vaststelling is echter dat de cijfers in het meerjarenplan op geen enkele wijze gelinkt kunnen worden aan de cijfers van de jaarrekening en dat er, omwille van het manifest gebrek aan eigen middelen, een aanzienlijk tekort is.

Verder is het onaanvaardbaar dat een lokale geloofsgemeenschap na de erkenning een provinciale tussenkomst vraagt (37.460 EUR in 2023), terwijl uit de jaarrekening 2021 voor dat gedeelte van de activiteiten dat betrekking heeft op de materiële aspecten van de eredienst geen nood aan een provinciale tussenkomst blijkt.

Verder toont het jaarlijkse tekort in het meerjarenplan aan dat de lokale geloofsgemeenschap voor dat gedeelte van de activiteiten dat betrekking heeft op de materiële aspecten van de eredienst niet financieel leefbaar is en dat de impact op de provinciale financiën aanzienlijk zal zijn.

Samengevat kan worden gesteld dat de lokale geloofsgemeenschap Ensar niet financieel leefbaar is en onvoldoende transparantie biedt. Mede gelet op het manifest gebrek aan eigen middelen voor de eredienst wordt niet voldaan aan dit criterium.


3° ze ontvangt noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks buitenlandse financiering of ondersteuning als die financiering of ondersteuning afbreuk doet aan haar onafhankelijkheid. Ze ontvangt geen financiering of ondersteuning die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houdt met terrorisme, extremisme, spionage of clandestiene inmenging

Uit het geactualiseerd dossier blijkt niet welke de oorsprong is van de ontvangsten, noch of dit dan buitenlandse financiering of ondersteuning betreft, noch of deze rechtstreeks of onrechtstreeks verband houdt met terrorisme, extremisme, spionage of clandestiene inmenging.

Op basis van de beschikbare gegevens wordt niet voldaan aan dit criterium.

4° ze toont de maatschappelijke relevantie aan van de lokale geloofsgemeenschap aan de hand van:
a) de bevestiging door het representatief orgaan dat de lokale geloofsgemeenschap minstens tweehonderd leden telt binnen de gebiedsomschrijving;
b) de zorg voor de materiële voorwaarden die de uitoefening van de eredienst en het behoud van de waardigheid ervan mogelijk maken;
c) het onderhoud en de bewaring van de gebouwen bestemd voor de uitoefening van de eredienst;
d) het onderhouden van duurzame contacten met de lokale overheid van de gemeente waar de gebouwen bestemd voor de uitoefening van de eredienst gelegen zijn;
e) het respecteren van het principe van goed nabuurschap en het onderhouden van duurzame contacten met de lokale gemeenschap waar de gebouwen bestemd voor de uitoefening van de eredienst gelegen zijn

Vooreerst omvat het formulier 'Erkenningsaanvraag - verkorte procedure' (bijlage 03) een bevestiging door het representatief orgaan dat de lokale geloofsgemeenschap Ensar minstens tweehonderd leden telt. 

Wat betreft de zorg voor de materiële voorwaarden en het onderhoud en de bewaring van de gebouwen wordt vastgesteld dat de lokale geloofsgemeenschap Ensar in 2021 geen enkele uitgave m.b.t. de eredienst heeft verricht en slechts beperkte uitgaven voor het gebouw van de eredienst (nutsvoorzieningen, onderhoud, verzekering).

Uit het geactualiseerd dossier blijkt niet dat de lokale geloofsgemeenschap Ensar initiatieven onderneemt om duurzame contacten te onderhouden met de stad Oudenaarde noch met de lokale gemeenschap. De verklaring op eer voor het aantonen van haar maatschappelijke relevantie volstaat niet als bewijs, nu dit criterium een resultaatverbintenis betreft en de lokale betrokkenheid en integratie aangetoond moet worden op basis van bewijsstukken (brieven, mails, krantenartikelen,...) van de in het verleden genomen initiatieven.

Op basis van de beschikbare gegevens wordt niet voldaan aan dit criterium.

5° de leden van het voorlopig bestuursorgaan leven, behalve bij incidentele overmacht, al de volgende verplichtingen na:
a) de verplichting om in geen geval, op welke wijze dan ook, medewerking te verlenen aan activiteiten die aanzetten tot discriminatie, haat of geweld jegens een persoon, een groep, een gemeenschap of leden daarvan;
b) de verplichting om alle redelijke inspanningen te ondernemen om personen die aanzetten tot discriminatie, haat of geweld jegens een persoon, een groep, een gemeenschap of de leden daarvan, te weren uit de organisatie en werking van het voorlopig bestuursorgaan;
c) de verplichting om alle redelijke inspanningen te ondernemen om personen die in door de lokale geloofsgemeenschap gebruikte lokalen en plaatsen aanzetten tot discriminatie, haat of geweld jegens een persoon, een groep, een gemeenschap of de leden daarvan, te weren uit de gebruikte lokalen en plaatsen;
d) de verplichting om, onverminderd de vrijheid van godsdienst, alle redelijke inspanningen te ondernemen om geldende wetgeving na te leven en niet hun medewerking te verlenen aan handelingen strijdig met de geldende wetgeving, in het bijzonder de Grondwet en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;
e) de verplichting om in geen geval, op welke wijze dan ook aan te zetten tot discriminatie, haat of geweld jegens een persoon, een groep, een gemeenschap of leden daarvan

De lokale geloofsgemeenschap Ensar toont aan dat zij aan dit criterium voldoet door het ondertekenen van een verklaring op eer, nu dit criterium een inspanningsverbintenis en geen resultaatsverbintenis betreft.

Op basis van de beschikbare gegevens wordt voldaan aan dit criterium.

6° ze toont aan dat het toekomstig bestuur van de eredienst houder zal worden van zakelijke rechten op de gebouwen of de andere infrastructuur bestemd voor de uitoefening van de eredienst of bij gebreke daarvan, wanneer de gebouwen of de andere infrastructuur bestemd voor de uitoefening van de eredienst geen eigendom zijn van een publieke rechtspersoon, kan ze een afschrift voorleggen van een overeenkomst die met de eigenaar van de gebouwen of de andere infrastructuur bestemd voor de uitoefening van de eredienst is gesloten over het gebruik van de gebouwen of de andere infrastructuur door het toekomstig bestuur van de eredienst

In het geactualiseerd dossier is een intentieverklaring opgenomen, waarbij de Internationale vereniging Diyanet van België verklaart eigenaar te zijn van de panden en infrastructuur van het gebouw van de eredienst en dat het comité van de Islamitische geloofsgemeenschap Ensar gebruik mag maken van deze infrastructuur voor het uitoefenen van religieuze activiteiten.

Op basis van de beschikbare gegevens wordt voldaan aan dit criterium.

7° het voorlopig bestuursorgaan bezorgt de voor- en achternaam, adres, rijksregisternummer, e-mailadres, telefoonnummer, nationaliteit, geboortedatum en geslacht van de leden van het voorlopig bestuursorgaan aan de Vlaamse Regering, het representatief orgaan, de financierende overheid en in voorkomend geval de adviserende gemeente. Als er tussentijdse wijzigingen zijn, meldt het voorlopig bestuursorgaan dat binnen dertig dagen aan deze instanties

Het geactualiseerd dossier bevat de gevraagde gegevens van de leden van het voorlopig bestuursorgaan en de bedienaar van de eredienst, evenals een uittreksel uit het strafregister conform artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, dat niet ouder is dan negentig dagen (cf. artikel 67, §2, 6° en 7° van het Erkenningsdecreet). Hieruit blijkt dat een lid van het voorlopig bestuursorgaan niet over een blanco strafregister beschikt, maar reeds verschillende malen veroordeeld werd. Uit artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering blijkt dat het gevraagde model van uittreksel bestemd is voor het uitoefenen van “een activiteit die onder opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen valt”, wat vereist dat een blanco strafregister moet voorgelegd worden.

Op basis van de beschikbare gegevens wordt niet voldaan aan dit criterium.

8° ze heeft enkel bedienaars van de eredienst en hun vervangers die voldoen aan de inburgeringsplicht die in voorkomend geval op hen van toepassing is conform het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie en inburgeringsbeleid

Gelet op de Belgische nationaliteit van de bedienaar van de eredienst, kan er van uitgegaan worden dat de voorwaarde van de inburgeringsplicht niet van toepassing is, zodat aan dit criterium wordt voldaan.

9° ze heeft geen bedienaars van de eredienst en hun vervangers die rechtstreeks of onrechtstreeks bezoldigd zijn door een buitenlandse overheid

Uit het geactualiseerd dossier blijkt niet op welke wijze de bedienaar van de eredienst wordt bezoldigd, noch of deze bezoldiging dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks door een buitenlandse overheid wordt gefinancierd.

Op basis van de beschikbare gegevens wordt niet voldaan aan dit criterium.


* * *


Voor de volledigheid wordt meegegeven dat het geactualiseerd dossier onvoldoende gegevens bevat om de criteria 3°, 4° en 9° ten gronde te beoordelen, maar gelet op het feit dat artikel 7 van het Erkenningsdecreet bepaalt dat de lokale geloofsgemeenschap aan al de criteria moet voldoen (= cumulatief) én gelet op het feit dat uit het onderzoek is gebleken dat de lokale geloofsgemeenschap niet voldoet aan de criteria 2° en 7°, werden er voor de criteria 3°, 4° en 9° geen bijkomende stukken opgevraagd.

Op basis van de beoordeling van de verschillende erkenningscriteria wordt vastgesteld dat de lokale geloofsgemeenschap Ensar niet voldoet aan al de verplichtingen, vermeld in artikel 7, 1° tot en met 9° van het Erkenningsdecreet, wat tot gevolg heeft dat een ongunstig advies dient te worden gegeven.

Bovendien wordt erop gewezen dat er in de provincie Oost-Vlaanderen reeds vijf islamitische geloofsgemeenschappen zijn erkend en dat er op heden, meer dan 11 jaar na de erkenning van de vierde islamitische geloofsgemeenschap in 2011, nog steeds geen centraal bestuur werd opgericht, niettegenstaande artikel 256 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten dit verplicht.

Bijkomend dient ook nog meegegeven te worden dat door de Provincie Antwerpen een beroep tot vernietiging van artikel 67 en tot gedeeltelijke vernietiging van de artikelen 18 en 47 van het Erkenningsdecreet van 22 oktober 2021 werd ingesteld. Ook door de ivzw Internationale Vereniging Diyanet van België, de vzw L’Association musulmane culturelle albanaise de Belgique, de vzw Islamitische Federatie van België en de vzw Rassemblement des Musulmans de Belgique werd een beroep tot vernietiging van het Erkenningsdecreet van 22 oktober 2021 ingesteld (zaken samengevoegd overeenkomstig artikel 100 Bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijke Hof, BS 13 juni 2022).

Tenslotte wordt herhaald dat het beoefenen van een eredienst in wezen een persoonsgebonden aangelegenheid is en dat in het regeerakkoord 2014-2019 de Vlaamse Regering er uitdrukkelijk voor gekozen heeft de taken en bevoegdheden van de provincies verder te beperken: de provincies oefenen niet langer persoonsgebonden bevoegdheden uit. De beleidsnota Binnenlands Bestuur en Stedenbeleid 2014-2019 heeft die intentie geconcretiseerd: de persoonsgebonden bevoegdheden van de provincies worden naar de Vlaamse overheid en naar de gemeenten overgeheveld, wat resulteerde in het decreet van 18 november 2016 houdende de vernieuwde taakstelling en gewijzigde financiering van de provincies. In die zin is het Erkenningsdecreet Lokale Geloofsgemeenschappen van 22 oktober 2021 en het Decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, waarin de provincies als financierende overheid worden aangeduid, tegenstrijdig met de beleidskeuze van de Vlaamse Regering.

Feitelijke en juridische gronden

Decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten.

Provinciedecreet van 9 december 2005.

Decreet van 22 oktober 2021 tot regeling van de erkenning van lokale geloofsgemeenschappen, de verplichtingen van de besturen van de eredienst en het toezicht daarop en tot wijziging van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten (citeeropschrift: "Erkenningsdecreet Lokale Geloofsgemeenschappen van 22 oktober 2021").

Erkenningsaanvraag van de Islamitische geloofsgemeenschap Ensar, met zetel te Nestor de Tièrestraat 166B, 9700 Oudenaarde, zoals ingediend door het Executief van de Moslims van België op 28 oktober 2022 bij het Agentschap Binnenlands Bestuur, afdeling Lokale Organisatie en Werking.

Brief van 25 november 2022 van het Agentschap Binnenlands Bestuur namens de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen, waarbij aan de Provincie Oost-Vlaanderen gevraagd wordt een advies te bezorgen over de erkenningsaanvraag van de Islamitische geloofsgemeenschap Ensar te Oudenaarde.

Besluit

De provincieraad beslist:

Artikel 1

De provincieraad adviseert de erkenningsaanvraag van de lokale geloofsgemeenschap Ensar, met zetel te Nestor de Tièrestraat 166B, 9700 Oudenaarde, ongunstig, vermits niet voldaan wordt aan al de verplichtingen, vermeld in artikel 7, 1° tot en met 9° van het Erkenningsdecreet Lokale Geloofsgemeenschappen van 22 oktober 2021.

Artikel 2

De provincieraad verzoekt de Vlaamse Regering om geen nieuwe islamitische geloofsgemeenschappen te erkennen in de provincie Oost-Vlaanderen nu er, meer dan 11 jaar na de erkenning van de vierde islamitische geloofsgemeenschap in 2011, nog steeds geen centraal bestuur werd opgericht, niettegenstaande artikel 256 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten dit verplicht.

Artikel 3

De provincieraad verzoekt de Vlaamse Regering om, omwille van de rechtszekerheid en in afwachting van het oordeel van het Grondwettelijk Hof m.b.t. de ingestelde beroepen tot gehele en/of gedeeltelijke vernietiging van het Erkenningsdecreet Lokale Geloofsgemeenschappen van 22 oktober 2021, geen enkele lokale geloofsgemeenschap te erkennen binnen de provincie Oost-Vlaanderen.

Artikel 4

De provincieraad herinnert de Vlaamse Regering eraan dat het beoefenen van een eredienst in wezen een persoonsgebonden aangelegenheid is en dat de Vlaamse Regering er uitdrukkelijk voor gekozen heeft de persoonsgebonden bevoegdheden van de provincies naar de Vlaamse overheid en naar de gemeenten over te hevelen, wat resulteerde in het decreet van 18 november 2016 houdende de vernieuwde taakstelling en gewijzigde financiering van de provincies. In die zin is het Erkenningsdecreet Lokale Geloofsgemeenschappen van 22 oktober 2021 en het Decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, waarin de provincies als financierende overheid worden aangeduid, tegenstrijdig met de beleidskeuze van de Vlaamse Regering. De provincieraad verzoekt de Vlaamse Regering dan ook om het Erkenningsdecreet Lokale Geloofsgemeenschappen van 22 oktober 2021 en het Decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten te herzien.

Artikel 5

Afschrift van dit besluit zal via het 'Loket voor lokale besturen' worden overgemaakt aan het Agentschap Binnenlands Bestuur.