Aanpassingen en aanvullingen aan hoofdstuk 1: vrijwilligers
Het bedrag van de vergoeding per dagactiviteit is intussen geïndexeerd dus het meest actuele bedrag, wordt opgenomen in art. 3, §1 van het reglement.
De regel rond combinaties van vervoer en de terugbetaling hiervan wanneer gekozen is voor de forfaitaire vergoeding, zoals opgenomen in art. 3, §2 en art. 3, §3 van het reglement van 19 juni 2019 is niet in lijn met de Vrijwilligerswet en moet worden aangepast. In de huidige artikelen staat immers vermeld dat er ten eerste maximaal 2000 km aan verplaatsingen met de wagen kan worden vergoed en daarbovenop openbaar vervoer onbeperkt wordt terugbetaald. Conform de Vrijwilligerswet geldt echter een totaal maximum van 2000 keer het maximumbedrag van de kilometervergoeding voor privé-wagens. Dit staat niet noodzakelijk gelijk aan 2000 km. Combineert de vrijwilliger bijvoorbeeld een kilometervergoeding met de wagen en terugbetaling van openbaar vervoer en/of fietsvergoeding, dan zal de totale terugbetaling van vervoerskosten beperkt worden tot 2000 x het bedrag van de kilometervergoeding voor het gebruik van privéwagens. Losse vervoersbewijzen van openbaar vervoer kunnen dus in tegenstelling tot wat nu opgenomen is in §3 niet onbeperkt worden terugbetaald. Deze paragraaf dient dan ook te worden geschrapt.
Wie in meerdere organisaties als vrijwilliger aan de slag gaat, kan nooit de reële kostenvergoeding en de forfaitaire kostenvergoeding combineren. De combinatie van de forfaitaire kostenvergoeding en de kilometervergoeding kan wel. Deze regel wordt verduidelijkt in art. 3, §4 van het besluit.
Tenslotte wordt er een leeftijdsgrens opgenomen in het reglement. Naar analogie met het principe voor de tewerkstelling van jobstudenten willen we in het provinciebestuur met vrijwilligers werken die minimaal 18 jaar zijn, met uitzondering van hulpmonitoren bij de ponykampen in domein De Boerekreek indien zij beschikken over een B-brevet en slagen voor een korte voorafgaande praktijktest. Deze hulpmonitoren kunnen onder voornoemde voorwaarden al vanaf 16 jaar aan de slag als vrijwilliger. Het in bezit zijn van een B-brevet in hoofde van deze hulpmonitoren toont aan dat de kandidaat-vrijwilliger voldoende kennis heeft over de omgang met paarden. De voorafgaande praktijktest is bedoeld om na te gaan of de kandidaat-vrijwilliger voldoende matuur en verantwoordelijk is om dergelijke taken als vrijwilliger op te nemen. Deze regel zal worden toegevoegd in een nieuw art. 9 van het besluit.
Aanpassingen aan hoofdstuk 2: losse medewerkers
In hoofdstuk 2 betreffende de losse medewerkers werd het bedrag van de kostenvergoeding aangepast aan de huidige index.
Dit gewijzigde reglement treedt in werking vanaf de datum van goedkeuring van dit besluit.
Provinciedecreet van 9 december 2005
Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers
Besluit van de provincieraad van 19 juni 2019 betreffende het reglement 'Vrijwilligers en losse medewerkers'
Besluit van de deputatie van 28 maart 2024 houdende de vaststelling van de rechtspositieregeling van het provinciepersoneel
In hoofdstuk 1 van het reglement betreffende vrijwilligers en losse medewerkers van 19 juni 2019 wordt artikel 3 vervangen als volgt:
"Artikel 3:
§1 De vrijwilliger die voor een kostenvergoeding van zijn activiteiten kiest, krijgt per dagactiviteit een forfaitaire vergoeding van 41,48 EUR vanwege de betrokken provinciale dienst met, behoudens wettelijk voorziene uitzonderingen, een maximum van 1.659,29 EUR per jaar (bedragen 2024). Deze netto-vergoeding is gekoppeld aan de spilindex 103,14 en varieert zoals bepaald bij de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. De indexering gaat in per 1 januari van het jaar volgend op de spilindexoverschrijding(en). De vrijwilliger mag niet meer ontvangen dan de wettelijk vastgelegde maxima, ongeacht de plaats van uitvoering.
§2 De vrijwilliger kan ervoor kiezen om bovenop het forfaitaire bedrag een beperkte vervoerskost voor verplaatsingen met de wagen en/of fiets te ontvangen. Dit kan voor maximaal 2 000 keer de maximum toegelaten kilometervergoeding voor gebruik privéwagens per kalenderjaar. Dit wil niet noodzakelijk zeggen maximum 2000 km afleggen. Combineert de vrijwilliger een kilometervergoeding met de wagen en terugbetaling openbaar vervoer en/of fietsvergoeding, dan zal de totale terugbetaling van vervoerskosten beperkt worden tot 2000 keer het bedrag van de kilometervergoeding.
Het bedrag van de kilometervergoeding voor verplaatsing met de wagen is deze zoals vastgesteld bij KB van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen voor de personeelsleden van het federaal openbaar ambt. Het bedrag van de kilometervergoeding voor verplaatsing met de fiets is het wettelijke maximaal sociaal en fiscaal vrijgestelde bedrag.
§3 In tegenstelling tot de forfaitaire kosten worden vervoerskosten beschouwd als reële kosten en moet het aantal gereden kilometers steeds verantwoord worden. De vrijwilliger houdt alle bewijsstukken bij en bezorgt deze met een onkostennota aan de organisatie.
§4 Wie in meerdere organisaties als vrijwilliger aan de slag gaat, kan de forfaitaire kostenvergoeding bij het provinciebestuur niet combineren met een reële kostenvergoeding elders. Er kan wel een combinatie gemaakt worden van een forfaitaire kostenvergoeding en een forfaitaire kostenvergoeding met een beperkte vergoeding voor vervoerskosten. De keuze wordt voor één kalenderjaar gemaakt en kan enkel per kalenderjaar gewijzigd worden."
In artikel 5 wordt het woord 'handicap' vervangen door 'beperking'.
In artikel 8 wordt 'hij/zij' vervangen door 'de vrijwilliger'.
De artikelen 5 tot en met 9 van het reglement betreffende vrijwilligers en losse medewerkers van 19 juni 2019 worden hernummerd naar 4 tot en met 8.
Aan het reglement betreffende vrijwilligers en losse medewerkers van 19 juni 2019 wordt in hoofdstuk 1 een nieuw artikel toegevoegd dat luidt als volgt:
"(nieuw) Artikel 9:
Een vrijwilliger is minimum 18 jaar. Bij wijze van uitzondering kunnen hulpmonitoren bij ponykampen in domein De Boerekreek op voorwaarde dat zij beschikken over een B-brevet en slagen voor een voorafgaande praktijktest al vanaf 16 jaar als vrijwilliger aan de slag."
In hoofdstuk 2, art. 11 van het reglement betreffende vrijwilligers en losse medewerkers van 19 juni 2019 wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"De losse medewerker krijgt via de personeelsdienst zijn/haar vergoeding voor de geleverde prestaties, zijnde 63,02 EUR per prestatie (bruto-bedrag onderworpen aan RSZ en bedrijfsvoorheffing) uitbetaald en ontvangt hiervoor een loonbriefje."
In artikel 14 wordt 'hij/zij' vervangen door 'de losse medewerker'.
De gecoördineerde versie van het reglement voor vrijwilligers en losse medewerkers wordt als bijlage bij dit besluit gevoegd.
De gecoördineerde versie treedt in werking op 23 oktober 2024.