Planinhoud
Het plangebied is gelegen in de gemeente Nazareth-De Pinte, en maakt deel uit van de open ruimte tussen de kernen van De Pinte, Nazareth, Astene en Eke. Het ligt ten noorden van en langsheen de E17, en wordt verder begrensd door de ’s Gravenstraat, de Kortrijkseheerweg en de Deurlestraat. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 166 ha.
Het grootste gedeelte van het plangebied omvat de bestaande Hospicebossen. Delen van het plangebied zijn in landbouwgebruik (voornamelijk akkerland), verder komen nog een aantal bebouwde percelen voor (zonevreemde woningen, 3 landbouwbedrijven).
Volgens het gewestplan ligt het plangebied in bosgebied, (landschappelijk waardevol) agrarisch gebied en in natuurgebied met wetenschappelijke waarde of natuurreservaat. Bij een algemene wijziging van het gewestplan werd aan een deel van het agrarisch gebied een overdruk ‘bosuitbreidingsgebied’ toegekend.
Het plangebied ligt binnen de perimeter van de ruilverkaveling Schelde-Leie waarvan het landschapsplan werd goedgekeurd op 19 mei 2014. Dit landschapsplan omvat richtlijnen voor de herverkaveling en de herinrichting van het gebied. Het landschapsplan voorziet een uitbreiding van de Hospicebossen. De provincie Oost-Vlaanderen is eigenaar van ca 20 ha in het ‘uitbreidingsgebied voor bos’. In de herverkaveling worden deze gronden geruild met gronden ten oosten van de Hospicebossen waarvan het de bedoeling is deze te herbestemmen en te bebossen. Met de ruilverkaveling wordt zowel gestreefd naar een aaneengesloten bosgebied met ruimte voor bosontwikkeling, als naar een samenhangend landbouwgebied. Het ruilverkavelingsproject bevindt zich in uitvoeringsfase.
De doelstelling van het plan is het behoud en versterken van de bosstructuur van de Hospicebossen, en het ruimtelijk verankeren van de opties uit het het ruilverkavelingsplan Schelde-Leie voor de omgeving van de Hospicebossen in Nazareth-De Pinte.
Het plan geeft daarmee uitvoering aan:
Het gewestelijk RUP zal de daarvoor noodzakelijke bestemmingswijzigingen doorvoeren.
Het aaneengesloten gebied rond de Hospicebossen wordt bestemd als bosgebied, met inbegrip van de zones voor bosuitbreiding uit het ruilverkavelingsplan.
Het omliggende landbouwgebied wordt in hoofdzaak bestemd als bouwvrij agrarisch gebied in functie van de beroepslandbouw en het behoud van het open, onbebouwd en landschappelijk waardevol karakter. De zones met de 3 bestaande landbouwbedrijfszetels worden bestemd als agrarisch gebied (het oprichten van bijkomende landbouwbedrijfsgebouwen is hier mogelijk).
De voorgestelde bestemmingswijzigingen die het RUP vooropstelt geven volgend effect op de ruimtebalans:
Natuur en reservaat: - 4 ha
Bos: + 4 ha
Landbouw: + 0 ha
Planningscontext
Het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan wordt opgemaakt in uitvoering van de richtinggevende en bindende bepalingen van het RSV m.b.t. de afbakening van de gebieden van de natuurlijk en agrarische structuur en de gebiedsgerichte en geïntegreerde ruimtelijke visie op landbouw, natuur en bos die voor de regio Leiestreek.
Het plangebied van het GRUP ‘Hospicebossen’ ligt binnen de perimeter van de ruilverkaveling Schelde-Leie waarvan het landschapsplan werd goedgekeurd door de Vlaamse minister voor leefmilieu, natuur en cultuur op 19 mei 2014.
De Hospicebossen zijn in het provinciaal ruimtelijk structuurplan Oost-Vlaanderen geselecteerd als relictzone. Het beleid is gericht op het behoud van het landschapsrelict. Het structuurbepalend boscomplex van Ooidonk-Leiehoek-Hospicebossen (Sint-Martens-Latem/Gent/De Pinte) wordt aangeduid als behorende tot de gewenste landschappelijke structuur op provinciaal niveau.
De Hospicebossen zijn aangeduid als natuuraandachtszone en worden binnen de provincie Oost-Vlaanderen vooropgesteld als prioritair bosuitbreidingsgebied.
Overeenstemming met het PRS, (ontwerp) PRUP's en direct werkende normen op provinciaal niveau.
Dit advies toetst het ontwerp gewestelijk RUP aan het Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan (PRS) Oost-Vlaanderen, aan eventuele (ontwerp) provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen (PRUP’s) en aan eventuele direct werkende normen op provinciaal niveau.
Vanuit het provinciaal ruimtelijk beleid kunnen de plandoelstellingen, waarbij gestreefd wordt naar het vrijwaren en versterken van grote samenhangende en kwalitatieve open ruimten zodat biodiversiteit en ecosysteemdiensten verzekerd zijn, bijgetreden worden.
De planopties van het gewestelijk RUP ‘Hospicebossen’ zijn in overeenstemming met de beleidsopties uit het PRS.
De Hospicebossen zijn in eigendom van de Provincie Oost-Vlaanderen en in beheer bij de Dienst Milieu, Klimaat en Natuur. De plandoelstelling is het behoud en het versterken van de Hospicebossen.
Vanuit de Dienst Milieu, Klimaat en Natuur kan akkoord gegaan worden met het voorliggende RUP, dat grotendeels ongewijzigd is t.o.v. het eerdere ontwerp. Er dient wel expliciet bewaakt te worden dat dit het absolute minimum is op vlak van natuur. Er wordt immers, zoals van bij het begin opgemerkt, geen bijkomend VEN-gebied aangeduid, noch natuurverwevingsgebied, waarvoor nochtans ruime openstaande doelstellingen zijn. Het GRUP zal er, in combinatie met de lopende ruilverkaveling, wel voor zorgen dat er een bijkomende effectieve bosuitbreiding zal kunnen plaatsvinden.
Een aanduiding als VEN-gebied werd in het MER onderzocht, maar niet weerhouden aangezien dit een significant negatief effect zou hebben voor omliggende landbouwers. De aanduiding van een deel van het plangebied als agrarisch gebied met de overdruk natuurverweving werd niet verder onderzocht, gelet op de juridische onzekerheid die momenteel nog bestaat over de ‘hoofdbestemming’ van dergelijke gebieden (cfr. ‘overig groen’ of ‘agrarisch gebied’).
Op 4 juli 2025 besliste de Vlaamse Regering principieel tot de aanduiding van agrarische gebieden met de overdruk natuurverweving en agrarische gebieden met ecologisch belang als nieuwe subcategorieën binnen de categorie van gebiedsaanduiding landbouw. Met deze beslissing wordt de (juridische) onduidelijkheid over de aanduiding van natuurverwevingsgebied weggewerkt. Het is om die reden wenselijk dat, indien de definitieve beslissing voor de aanduiding van deze bijkomende subcategorieën wordt genomen voorafgaand aan de definitieve vaststelling van het GRUP, alsnog het agrarisch gebied in het oostelijk deel van het plangebied te voorzien met een overdruk natuurverweving. Deze (sub)categorie van bestemming sluit immers beter aan bij het landschapsplan van de gekoppelde ruilverkaveling dan het huidig voorziene bouwvrij agrarisch gebied. Gelet op de verduidelijking van hoofdcategorie van bestemming, zorgt dit bovendien ook niet voor extra restricties naar de landbouwgebruikers toe.
Het is daarnaast belangrijk te benadrukken dat het relatief lage ambitieniveau dat hier voorzien wordt op vlak van natuur impliceert dat de openstaande taakstelling elders in (Oost-Vlaanderen) gerealiseerd zal moeten worden. Dit mag in ieder geval geen afzwakking van de bindende bepalingen van het RSV tot gevolg hebben.
Vanuit landbouwoogpunt kan gesteld worden dat het GRUP Hospicebossen de vertaling is van het ruilverkavelingsplan Schelde-Leie (2020), waarbij men tot een afgewogen voorstel voor de gewenste ruimtelijke structuur is gekomen.
Advies vanuit de dienst Integraal Waterbeleid:
Het project is gelegen in het stroomgebied van de waterloop nr. O713 (2de categorie), O736 (2de categorie), OS221 (3de categorie).
Omwille van punt 3 is de dienst Integraal Waterbeleid aangeduid als formele adviesinstantie voor deze voorlopige vaststelling op basis van het watertoetsbesluit en bijlage 1, 1.11° van het UB 17/2/2017 over het geïntegreerde planningsproces. Volgens bijlage 1,1.13° van hetzelfde besluit is ook de Gemeente Nazareth-De Pinte aangeduid als adviesinstantie.
Vanuit de dienst Integraal Waterbeleid (M02\40743) wordt volgend formeel advies gegeven:
Het voorontwerp bevat een correct en volledig overzicht van waterlopen en/of publieke grachten: binnen het projectgebied zijn geen dergelijke waterlopen gelegen.
Het project bevindt zich volgens de overstromingskaarten in pluviaal overstromingsgevoelig gebied met middelgrote overstromingskans (deels) en niet in fluviaal overstromingsgevoelig gebied. In het ontwerp wordt deze terminologie nu wel gehanteerd.
De mogelijke schadelijke effecten van constructies binnen een fluviaal of pluviaal overstroombaar gebied met middelgrote kans bij toekomstig klimaat in 2050 worden beoordeeld op 2 vlakken:
Ophogen in fluviaal of pluviaal overstroombaar gebied met middelgrote kans bij huidig of toekomstig klimaat in 2050 kan alleen positief geadviseerd worden indien de ruimte, die vóór de ontwikkeling van het initiatief door het watersysteem werd ingenomen, gecompenseerd wordt.
In het plangebied zijn ook een aantal landbouwbedrijven opgenomen, waar uitbreiding mogelijk is. Kiest men voor een bouwwijze waarbij de ruimte voor water beschikbaar blijft (vb. bouwen op palen), dan is een compensatie uiteraard niet noodzakelijk.
Het gebruik van een overstroombare kruipkelder wordt in de regel niet toegelaten omdat het correct onderhoud van dergelijke ruimtes, dat noodzakelijk is om de ingenomen ruimte voor water te waarborgen, moeilijk gegarandeerd kan worden.
Om te vermijden dat initiatieven worden ontwikkeld die naderhand getroffen worden door waterschade, is het belangrijk een inschatting te maken van een overstromingsveilige hoogte voor de vloerpas.
Door de dienst Integraal Waterbeleid wordt aangedrongen om bij realisatie van verharde oppervlaktes van meer dan 1000 m², bovenop de geldende verordening meer gebiedsgerichte maatregelen te nemen om het effect van deze verhardingen te milderen om zo de (versnelde) afvoer naar de waterlopen te vermijden of te beperken. Deze maatregelen houden rekening met de terreinkenmerken (bodemtextuur en grondwaterstand), de overstromingsgevoeligheid van het stroomgebied en de omvang van de verharding. Ze worden opgesomd in het provinciaal beleidskader (zie https://oost-vlaanderen.be/wonen-en-leven/waterlopen/watertoets.html).
Met het oog op de toekomstige aanpassingen aan de E17 kan het aangewezen zijn bijkomende ruimte te voorzien voor langsgrachten en/of op aanpalende percelen voor het bufferen en infiltreren van het hemelwater dat afstroomt van de E17.
Dit advies doet geen uitspraken over de overeenstemming van het gewestelijk RUP met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV), (ontwerp) gewestelijke RUP’s, direct werkende normen op gewestelijk niveau, gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen en direct werkende normen op gemeentelijk niveau. Het is de verantwoordelijkheid van het gewest om de verenigbaarheid van het gewestelijk RUP met het RSV en de direct werkende normen op gewestelijk niveau te bewaken. Ook de naleving van de juridische vormvereisten behoort tot de gewestelijke verantwoordelijkheid.
Het onderhavig advies met opmerkingen in het kader van het openbaar onderzoek voor het gewestelijk RUP 'Hospicebossen' te Nazareth-De Pinte wordt goedgekeurd.
Een afschrift van dit besluit zal voor verder gevolg overgemaakt worden aan het Departement Omgeving van de Vlaamse overheid.