Terug
Gepubliceerd op 17/10/2025

2025_MV_00107 - Mondelinge vraag van raadslid Sarah De Bruecker: Ambitieus klimaatbeleid

Provincieraad
wo 15/10/2025 - 14:00 Raadzaal
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Elisabet Dooms; Olaf Evrard; Riet Gillis; Filip Liebaut; Bruno Matthys; Kurt Moens; Stefaan Van Gucht; Filip Van Laecke; Martine Verhoeve; An Vervliet; Joke Schauvliege; Dagmar Beernaert; David Coppens; Nele Cleemput; Eva Rombaut; Elke Sleurs; Michael Ally; Steven Dehandschutter; Giel Verhelst; Sara Heymans; Delphine Bekaert; Annelies Lammertyn; Liesbeth Jodts; Sarah De Bruecker; Carl De Decker; Jens De Pauw; Veronique Lenvain; Steven Van Liedekerke; Griet Diaz; Goedele De Cock; Nadia Othman; Tania De Jonge; Veerle Mertens; Steven Ghysens, Provinciegriffier; Joop Verzele, Voorzitter

Afwezig

Lieselotte Van Hoecke

Verontschuldigd

Kenneth Taylor

Secretaris

Steven Ghysens, Provinciegriffier

Voorzitter

Joop Verzele, Voorzitter
2025_MV_00107 - Mondelinge vraag van raadslid Sarah De Bruecker: Ambitieus klimaatbeleid 2025_MV_00107 - Mondelinge vraag van raadslid Sarah De Bruecker: Ambitieus klimaatbeleid

Motivering

Indiener(s)

Sarah De Bruecker

Verstuurd naar

Steven Ghysens

Tijdstip van indienen

zo 12/10/2025 - 19:36

Toelichting

Vraag gericht aan (gouverneur / deputatie / beide):


Duiding provinciaal belang van de vraag:

Het bestuursakkoord van de Provincie Oost-Vlaanderen benadrukt het belang van een ambitieus klimaatbeleid, met aandacht voor duurzaamheid, energiebevoorrading en participatie. In de praktijk worden deze principes soms geconfronteerd met complexe afwegingen tussen milieu-impact, economische haalbaarheid en bevoorradingszekerheid. Wanneer negatieve adviezen van gespecialiseerde agentschappen worden genegeerd of wanneer voorwaarden inzake klimaatneutraliteit worden versoepeld, rijzen er vragen over de motivering, de bewijslast en de bescherming van het klimaatbelang.

Concrete vraag:

1. Hoe gaat de deputatie om met negatieve adviezen van klimaat- en omgevingsinstanties, en hoe wordt de motiveringsplicht daarbij ingevuld?

2. In welke mate worden alternatieve scenario’s, economische analyses en technologische evoluties meegenomen bij vergunningsbeslissingen en het bepalen van klimaatvoorwaarden?

3. Hoe waarborgt de deputatie dat milieuvoorwaarden het beschermingsniveau inzake klimaat niet ondermijnen, en hoe worden het standstill- en voorzorgsbeginsel toegepast?

4. Hoe wordt de bewijslast voor de onuitvoerbaarheid van klimaatvoorwaarden beoordeeld, en ziet de deputatie een rol voor zichzelf in de periodieke herbeoordeling van klimaatneutraliteit bij vergunde installaties?